Home

 

De oudst bekende vermelding van het Groote Laar dateert uit 1601.
Collectie Raceer, HCO Zwolle, 15 januari 1601.
Het betreft de acte van verkoop door Derk ten Bussche aan Johan van Deventer van een vrije
katerstede genaamd het Grote Laer met bijbehorend land, gelegen in het gericht Ootmarsum
in de buurtschappen Geesteren, Vasse en Mander voor 90 goudgulden van 28 stuivers per stuk
en een el Engels laken voor de wijnkoop van de echtgenote van verkoper. 
De verkoper moet Johan Pastoers, knecht te Tubbergen en zijn vader Geert ten Bredenbroek er
toe brengen van hun gerechtelijke actie jegens Derk ten Bussche maar nu ook jegens de nieuwe
eigenaar Johan van Deventer af te zien.
Een volmacht hierop betrekking hebbend schijnt te Raalte gepasseerd te zijn, mogelijk aldaar
of te Oldenzaal eind 1600 begin 1601 in het Rechterlijk Archief te vinden.
                                  

(Noot. Wijnkoop is een “extraatje” voor de vrouw van de verkoper, te betalen door de koper.
Oorspronkelijk het door de koper te betalen geld voor de wijn die bij de verkoop door de partijen en
getuigen werd gedronken.)

        

        

 

 

Transcriptie

Op hueden dach ende dato nederbeschreven, is in bijweesen
hier onder beschreeven heeren und frunden seckeren koep
geschien tusschen Derick ten Bussche, als verkoepere ter
eenre, und Johan van Deventer, koeper ter andere sijden,
dergestalt, dat Derick ten Bussche voerscreven Johan
van Deventer voergenoemt, erfflicken vercofft hefft,
sijn eigen toehoerigen frije kotten genoempt
het Groete Laer, (kantlijn: mit een stuckesken landes daer- 
an gelegen) mit alle sijne olde toebehoerighe
gerechticheit, schattinge frij, onbelastet, van allen
heeren diensten Buer schattingen, schulden unde
Leheninge frij, soe als datselve inden gerichte
Oetmerssen, inde Buerschappen Geesteren, Vasser
und Mander gelegen is. Ende dat voerde
summa van ’t negentich golt gulden, ijder
goltgulden tot 28 stuvers gereckent, mit een elle Engels
Laeken, voerden wijnkoep, van verkoepere frouwe
offte drie ende ’t negentich golt gulden tot kuer vanden
verkoeper, mit soedaene conditie und bescheide
dat Derick ten Bussche, verkoeper voergenoempt
schuldich und geholden sall sijn, hem koeper bij
te brengen, ende einer Johan Pastoers knecht toe
Tubbergen daerher te holden, dat hij mit sijn vaeder
Geert ten Breedenbroeck, hem koeper Johan van
Deventer meede sollen vertijen, ende van haer actie
resigneren, ende uuitganck doen ende dat onder ver
segelde gerichtlicken Procuratie ende volmacht
voer den schults toe Raelte gepasseert, daer
mede dat koeper ende den sijnen, ewelick ende
erfflick onbedraegen moegen sijn und blijven.
Und sollen die voerscreven beloeffde penninghen
betaelt worden in twie naevolgende termijnen
te weeten het eerste termijn
soe wanneer den uuitganck, in manieren baeven
verhaelt, gedaen sall sijn, naementlick vijff
und viertich golt gulden, mit den wijnkoep voerden
verkoepers frouwe, in maete baven genoempt,
und het leste termijn, te weeten vijff ende viertich
golt gulden, tu toecoemende Jacobi, in deesen tegen-
woerdigen jaere van 1601. Unde hefft
verkoeper voerschreven beloefft, den koeper ende
sijnen erffgenaemen soedaenen koep in maeten voerschreven
frij ende onbelastet, toestaen te wachten ende
te waeren, onder verbintenisse, sijner personen
und goederen, tegenwoerdich und toekompstich
unde vorts, onder alle reale executie.
Oercunde und in getuechnisse der waerheit
sinnen hier bij an und aver geweesen, den
weerdigen heere Gerlacus de Bever,
canonicus, Esken ten Holthuis, buerrichter to
Doerninghe, Geraert Brandt, pelgrim,
ten Thie und Geert ten Dallhuis, die
ditselve  alle, neffens koeper, ende verkoeper
onderteickent hebben. Actum binnen Olden-
zaell, then huesen Bulen Bruenen, den 15

Januarij Anno 1601

w.g. 

                            Dirck thenn Bussche
                            Johan van Deventer
                            Gerlacus de Bever, Canonicus
                            Esken ten Holthues, merck met sijn eigen handt gemaecket
                            Geraerdt Brandt
                            Pelgerom ten Tije
                            Ick Gert Albers tekene als boeven                                     

 

   

Het onderstaande document bevindt zich in het archief van de Oldenzaalse Oudheidkamer,
Inventarisnummer 290, met opgedrukt zegel van de richter (archief Gemeente Oldenzaal)                                                                                                                                                         

Het betreft een stuk gedateerd 2 april 1601 waarin voor Richter Johan van Twickelloe verschijnen Gerd
 op het Breembroek en zijn echtgenote Griete. Zij moeten voor het gericht Ootmarsum compareren om
aldaar het aan Derck ten Busche en diens erfgenamen een stuk land genaamd “Het Groete Laer” met het
huis erop staande over te dragen. 
Inventarisnummer 290, regest nummer 49. (In stukken m.b.t. erve Breembroek, Geesteren)

 

Transcriptie :

Anno 1601 den 2 dach Aprilis  Richter Johan van Twickelloe cornoten
Henrick Claesen, Berent van Goer. Is erschennen in den Gerichte
Gerd upt Breenbroeck (kantlijn:
mit Griete sin huisfrouwe) ende Gert
volmechtich gemaestet Sinti (?)
t niewe und maerkte volmechtich in, und vermits dessen, Hermen
Johansen Warner in sinen sonstituanten nhaeme voer den Gerichte
tho Oetmerssen the comparieren, und aldaer Gerechtelik tho
transportieren und upte draegen ahn handen Derck ten Busche
und sinen erffgenamen een stuicke Landes genoempt het Groete Laer
met het huis daer up staende, t welcke stuicke landes met het
huis dar up staende constituant met Griete sin huisfrouwe
voer haer und oeren erffgenamen Derck ten Bussche vercoft hebben,
und bedancken daer van den voerschreven Derck ten Bussche guiede betae
linge. Gelameden stede und vast, und onverbrokelick en te
willen  achterfolgen allet genet. Alsus gedaen und bij oeren vol
mechtigen wilden ….daene staet sonder arch und list. In warer
orconde heb ick schultich voerssnoemd mine gewontelicke zegell up
spasinen van dessen gedruickt.  …. int Jaer unses Heeren
1601 die ut supra

 

 

Rechterlijk Archief, Richterambt Ootmarsum, toegang 0071.1, inventarisnummer 5
26 april 1729
Testament van Geertien van ’t Tijhuis, weduwe van Egbert Amsink te Mander                                                                                                                                                                      

 

Transcriptie

Pagina 38

Ik Jacob Davij wegens Ridderschap en
Steden, de Staaten deser Provincie van
Overijssel, Rigter des Landts gerigte Oot-
mersum, doe cond en certificeere, dat voor
mij en nabeschr(even) Keurrigten, in Judicio ge-
compareert en erscheenen sij geertien
van ’t Tijhuis, weduwe van Egbert Am-
sink tot Mander, sij in desen geassisteert
met Jan Hampsink, als Haar versogten
en bij den gerigte toe gelaten mober, zijnde
                                                                                          

Pagina 39

gesond van Lichaam soo veel uitterlijke Bleek
mits goeders verstand en oordeel verklaarde
overwogen te hebben, de seekerheijd des doodts
en de onsekerheijd des doodts, en de onsekere
uire van dien, niet geerne deser werelt wil-
lende overlijden, bij voorens over haer tidelijke
goederen te hebben gedisponeert, soo dede sulx
in maniere als volgt.

Eerstelijk beveelde zij comparantinne Haar
dierbaere ziele in de Handen Haeres Salig
makers en haer Lichaem tot eene Eerlijke en
Christelijke aertsche begraefenisse, komende
dan tot Haer Testament of uiterste wille,
soo verklaerde zij Testatrice, uit besondere
Redenen haer toe beweegende, te geven Euwig-
lijk en Erfelijk te transporteeren en over te
dragen, gelijk zij doet bij desen, an haar dogters
soon Egbert woonende op ’t Groote Laer te Gees-
teren Haar halve Dag werck Hoijeland gelegen
langs de Dinckel in de Mander Mate, an d’eene
zijde Staevermans Mate, en dandere zijde de Gols-
mate, om daar mede te mogen schalten en wal-
ten, na sijn Lust en wel behaagen gevallen, voorts
dat hij geinsistueerde, haer Testatrice sal heb-
ben te onderhouden, den Tijd Haars Leven in kost,
drank, en alles des Leeven nood Druft, sijnde in
judicio, mede Erscheenen, Egbert, wonende op de
groote Laar te Geesteren, en verklaere dese voors(chreven)
donatie, onder de uit gedructe conditie, an te ne-
men, en te hebbe geacepteert; gelovende sulx alles
na te leven en stiptelijk te sullen agtervolgen,
waar mede zij testatrice Haar uiterste wille
is sluitende, begeerde, dat de selve aldus mogen na-
geleef en agtervolgt worden, als een Testament, Co-
dicil, gifte onder de levendigen, offte ter saake
des doodts ofte omni meliori modo, daar sulx
passeerde waeren neffens mij Rigter voorn(oemd) pre-
sent als keurnoten Harmen Wienewoord en Hend(rik)
Camphuis, in waerheijdts kennisse hebbe desen
Eijgenhandig geteekent en gesegelt, sijnde de-
                                                                                                                      
Pagina 40

sen mede op versoek van Haer Testatrice
door Jan Hamsink, als Haer momber
geteekent, en door ’t bij segel  doen segelen ge-
daen binnen Ootmarssum den 26 april
1729.
 

Was getekent.

Jacob Davi, Rigter,    ende Jan Hamsink   

                                                                                                  

 

 

  

 

 

   

Testament van Gerrit Amsink, een ongehuwde broer van Aleijda Groote Laer
– Amsink, wonende bij haar op het Groote Laar, 28 november 1760.

 

    

    

     

 

Transcriptie van het testament uit 1760.

 Eerste pagina:

“Ik Antoni Joan Perizonius, wegens hoger Overig-
heid Verw(alter) Rigter van Ootmarssum doe kond en
certificere kragt deses dat voor mij en keurnoten
Hendr. van Kersbergen en Jan Hendr. Keiler in desen
gerichte erschenen is Gerrit Amsink Egbersen wo-
nende in ’t Grote Laar  te Geesteren, voor zo verre
ons gebleek van lighaem en verstand gezond, en
verklaerde ongeerne uijt deze werelt te willen schei-
den sonder alvorens over sijne tijdlijke goederen te
hebben gedisponeert, weshalven hij dit, na voor af
sijn siele in de handen van God sijnen Schepper en
sijn lighaem tot een eerlijke begravinge bevolen te
hebben, is doende in manieren als volgt.
Eerst voor af dodlijt (?) en vernietigt hij alle sijne
voorgaande makingen hoe en waer ter plaatse ook
opgerigt, wanneer hij tot sijn enige en universeele
Erfgenaam institueert Geertjen van ’t Grote Laar
te Geesteren
, legaterende en praelegaterende
an de kinderen van grote Laar te Geesteren als na-
mentlijk an Hendrik van ’t Grote Laar drie hondert, Jan drie hon-
dert en an Egbert vier hondert gl, met dien bedinge
dat voorsc(hreven) Hendrik van ’t grote Laar de interesse
van de voorsc(hreven) drie hondert gl. an Jan, tien jaren
na dode van den testator, en van de 400 gl. an
Egbert grote Laar gelegateert tot dat deze twe
en twintig jaren oud is, sal profiteren en genieten,
wijders an de kinderen van wijlen de koornmulder
te Geesteren geprocreert bij Janna Jansen van ’t grote
Laar te weten an Berent vier hondert gl. an de
beide anderen ieder drie  hondert gl. te verer-
ven en te versterven op de langstlevende, en van
welke legaten de ouderen de interesse sullen pro-
fiteren tot de legatarissen hebben bereikt den
 

Tweede pagina

Ouderdom van vijf en twintig jaren.
Verders de kinderen van Hermen Wildemors te
Geesteren reeds geboren of nog geboren te worden
te samen duisent, an Jan Dijkhuis een gouden
ducaat, an desselfs kind Janna, geprocreert bij
Janna van ’t grote Laar veertig gl., an Jan
Hendriksen Peters, soon van Jansen Peters in
Holland woonagtig hondert gl.
Wijders is des testators wille en begeerte dat dese
sijne geinstitueerde Erfgenaem komende te overlij-
den als dan an de vrouwe van Hendrik grote
Laar en haer man nog sal moeten worden uijtgekeert eene
s(umm)a van twaalf hondert gl. en an het kind van Wildemors
geertrui geheten hondert gl. over…(?) in dier
voegen wel expresselijk met fidei commis be- 
lastende bij desen, edog met dien bedinge dat wan-
neer de vrouwe van grote Laar sonder wettige
lijves Erven mogte komen te overlijden haar Erf-
genaam of Erfgenamen an de kinderen van de
Koornmulder voorn(oem)t, an de kinderen van Wil-
demors, en aen de kinderen van Janna van
’t grote Laar sullen hebben uijt te keren
een s(umm)a van vijf hondert gl. te verdelen in
capita, gelijk ook den testators expresse
wille is dat dese sijne geinstitueerde
Erfgenaem niet sal verpligt wesen enige
betalinge van de genoemde legaten te
doen na verkoop van een jaer na het overlijden van
hem Testator, en wanneer het middelerwijl
mogte gebeuren, dat den boedel en nalaten-
schap van hem Testator door banquerouten
 

Derde pagina

of andere toevallen wierde vermindert, sal
het an dese sijne geinstitueerde Erfgenaem
vrij staen een ieder na proportie te mo-
gen korten.
Waer mede hij dese sijne uijterste wille,
hem duidelijk en van woord tot woord voorgelezen,
sluitende, begeerde hij dat deselve na sijnen
dode effect mogte sorteren en nageleeft wor-
den, het sij als een testament, codicil, gifte
ter zake des doods, onder de levendigen fidei 
commis ofte so en als andersints mogten
kunnen bestaen en verklaerde deselve vrij, on-
bedwongen en sonder inductie van iemant
te hebben opgerigt. Des ’t oirconde hebbe ik 
verw(alter) Riger voorn(oem)t dese getekent en
gesegeld en is deze mede door de Testator
getekent met het segel of cachet van
H. van Kersbergen, also hij met geen segel
voorsien was, gezegeld. Actum Ootmarsum
den agt en twintigsten November 1700 en
sestig.
 

w.g.

H. Perizonius

Gerijet E. Amsink                         

 

 1 februari 1764

Aankoop van de Haarkamp door Hendrik Groote Laarink en echtgenote Geertruit Groote
Laarink. Er wordt geen aankoopprijs vermeld
(Rechterlijk Archief Richterambt Ootmarsum, toegang 0071.1, inventarisnr. 9, pagina 323)
 

 

Transcriptie.

Ik P. Hubert. J.U. Dr. 1 wegens sijne Hoogheid
den Heere Prince van Orange & Nassau, Erfstad-
houder der Verenigde Nederlanden etc. etc. etc. Rigter
van Ootmarsum, certificere bij desen, dat voor
mij en Assessoren B(urgemeeste)r H. Stokkers en J.H. Keiler
persoonlijk in den gerigte erschenen is de Ed(ele) Derk
Kok, Junior, gemagtigd van Mevrouw Walpurgis
Christina Homeijer, wed(uwe) van wijlen den Heer Dr.
van Deventer
; luid qualificatie voor Burg(emeeste)ren, Sche-
penen en Raden der Stad Oldenzaal, in dato den 7
Oct(ober) 1763 gepassert; alhier gelesen, en agter ten
Protocolle geregistreert; verklarende door gemelde
Vrouwe Constituente, om eene somma van penn(ingen)
aan deselve ten genoege ontrichtet ende betaald,
daarvan quiterende bij desen aan Hendrik Groote
Laarink, en Geertruit Groote Laarink sijne huijsvrouwe
te zijn verkogt den sogenaamden Haarkamp
met de eene zijde langs Breembroeks bos ten
zuijden, en met de andere zijde ten Noorden
naast Braakmans land; voorts met het eene
einde aan Breembroeks Erfland, en met het
ander einde ten westen aan het veld, in sijne
bekende bepalinge gelegen; Doende derhal-
ven hij Comp(aran)t in den naame, en van wegens
gemelde Vrouwe Constituente bij desen van
voorschr(even) Haarkamp Landcedelijke cessie en
overdragt, aan ende ten profijte van den koper
voorn(oemd), Ehevrouw, en Erven, ende sulks met al
sijn regt en geregtigheden, lusten en lasten,
van ouds daartoe behorende, so en in aller ge-
stalte, als deselve bij de vrouw verkopersche
in eigendom is beseten geweest, met belofte
van wegens dese laatste, om dit verkogte Land
te zullen wagten en waren voor de Evictie en
alle opsprake, als na regte. S.A.L.2
Des ten oirkonde hebbe ik Riger voorn(oemd) nevens
den Comp(arant) qqa 3 desen eigenhandig getekend en geze-
geld. Actum Ootmarsum den 1 Febr(uari) 1764
 

1 Juris utriusque doctor: meester in de rechten

2 S.A.L. Salutem dixit: De lezer zij gegroet

3 qqa. qualitate qua: ambtshalve

9 februari 1769   Pagina’s 57, 58 en 59
Het tweede testament van Gerrit Amsink, wonende bij Groote Laer te Geesteren. Hij
herroept het eerste testament uit 1760
 

     

     

 

Transcriptie

Eerste pagina

Ik Antoni Joan Perizonius, wegens hoger Overig-
heid Verw(alter) Rigter van Ootmarsum, certificere kragt
deses, dat voor mij en keurnoten Jan Slutken en
Jan Paalhaar erschenen is Gerrit Amsink, wonende
bij groote Laer te Geesteren, voor so verre ons gebleek van
lighaam en verstand gesond, en verklaerde ongaerne
uit dese wereld te willen scheijden, sonder vooraf over
sijne tijdlijke goederen te hebben gedisponeert, gelijk hij
dan na vooraf sijne ziele in de handen van God sijnen
schepper, en sijn lighaem tot een eerlijke begravinge te
hebben aan bevolen, dede in manier als volgt:
Eerstelijk verklaarde hij te herroepen, te doden en te
vernietigen alle sijne voorgaende makingen hoe en waer
ter plaetse deselve ook mogten sijn opgerigt.
Vervolgens institueerd hij tot sijn enige en universele
Erfgenaem sijn Nigt Geertjen Grote Laer, om het vrugt-
gebruik van alle sijne na te latene en met de dood
te ontruimene goederen den tijd hares levens te profite-
ren, en te genieten, en na dode van dese zullen deselve
in drie eegale portien worden verdeelt, te weten an Jan,
Geertruid en Egbert Grote Laer een portie en bij voor-
aflijvigheid van de twede haar man Hendrik Grote Laer
in haar plaatse, an de kinderen van Hermen Wilde-
mors een portie, en de kinderen van Janna Mulders
een portie, deselve daarin instituerende bij desen; legate-
rende dan nog an Hermen Wildemors hondert daelder
en an Janna Mulders een s(omm)a van honderd gulden,
 

Tweede pagina

Uit de portie van de kinderen van Janna Mulders uit
te keeren, en uijt de gehele nalatenschap legateert hij
testator nog aan Janna Dijckhuijs een s(omm)a van vijftig gulden,
an Jan Dijkhuijs een ducaat, en aen Henricus Jan
een Ducaet, welke legaten egter niet eerder dan na dode
van sijn gestelde fidei commissaire Erfgenaam sullen
worden genoten.
Willende dan nog hij testator, dat so wanneer iemand
van sijne hiervoren gestelde deser wereld mog-
te komen te overlijden sonder lijfes erven voor en al eer
sijn gestelde fidei commissaire Erfgenaam mogte over-
leden zijn, dat in dien val op die of den genen, welke
van de gestelde Erfgenamen in die staak waarin hetselve
mogte voorvallen, nog mogten in leven zijn, datselve
sal devolveren en vererven, op die of den genen, welke van
die staak nog mogte in leven zijn.
Waarmede hij dese sijne uiterste wille sluijtende, be-
geerde hij testator, dat deselve na sijn dode omni melio-
ri modo effect mogte sorteren, en nageleeft worden, het sij
als een testament, fidei commis, gifte ter sake des doods
onder de levendigen ofte so en als andersins mogte kun-
nen bestaan; ten welken einde hij verklaerde desen
vrij en onbedwongen en sonder inductie van iemand
te hebben opgerigt. Des t’oirkonde hebbe ik Verw(alter) Rigter
voornoemd dese getekend en gesegeld, en is desen op ver-
soek van de testator, om het beven van sijn handen niet
kunnende schrijven, door Hendrik Vinke voor densel-
ven getekent, en also hij met geen segel voorsien was
met het bijgedrukte an hem door het gerigte gesup-
pediteerde segel, gesegeld. Actum Geesteren, den 9 februarij
1700 negenensestig ( getek(end) en gezeg(eld))
 

A. Perizonius

Hinderik Vinke qqa

 

Accordeert met ’t uitgegeven origineel

P. Hubert, Rigter

 

 
12 juni 1779. Hendrik Nijmeijer nu Grote Laar en echtgenote Geertrui Grote
Laar kopen het Groote Laar voor 3.950 Caroli gulden.   Inv. nr. 9, pagina 392

         

 

Transcriptie

Ik P. Hubert, J.U. Dr. van wegens sijne Hoogheid, den
Here Prince van Orange & Nassau etc. etc. etc. als Erfstadhouder
van de Provincie van Overijssel, Rigter van Ootmarssum
certificere bij desen, dat voor mij en Assessoren H. Hofstede en
Klaas Arends in den Gerigte gecompareerd is de Heer Theod(orus)
Bern(ardus) Kock, als Gemagtigde van de Heeren Fred(ericus) Jos(ephus) Scheling
J.U. Dr. en desselfs Eheliefste Maria Aloisa van Beesten,
Frans Arn(oldus) Wendhoff, J.U.Dr. en desselfs Eheliefste Clara
Josephina van Beesten, en Geard Hendrik Meijer, en desselfs
Eheliefste Maria Walburg van Beesten, luid acte van qualificatie
voor het Ed(ele) Gerigte van Rheine en Bevergern gepasseerd in
dato den 24 maart 1779; Voorts van de Heer Frans van Beesten,
Ritmeester in ’t Regiment thans van de Heere Droste
van Hulshoff, Munstersche Cavallerije, luid acte van volmagt
voor het Stad Gerigte van Oldenzaal in dato den 16 Maij 1763
gepasseerd; wijders van de Heer Nic(olaas) Xav(erius) Heerkens en vrouwe
Johanna Gerhardina van Beesten, Ehelieden te Zwolle, luid
acte van qualificatie voor de Wel Ed(ele) Hoogagtb(are) Heeren
Burg(emeeste)ren, Schepenen en Raden der Stad Zwolle gepasseerd
in dato den 22 Febr(uari) 1779, en eindelijk van de Heer Bernardus
Fredrik van Beesten, Hofgerigts Assessor van Bentheim, luid
acte van qualificatie te Bentheim gepasseerd, in dato den
28 April 1779; zijnde deze volmagten alle alhier gesien, en
hieragter ten protocolle geregistreerd; verklarende, hoe dat door gemelde
sijne Principalen, om eene somme van Drie Duijsend negenhonderd
en vijfftig Caroli G(u)l(den)s aan Hendrik Nijmeijer nu Grote Laar en Geertrui
Grote Laar, Egtelieden, in eenen vasten steden, en onherroepelijken Erfkoop
was verkogt haare eigendommelijke katerstede genaamd het Grote
Laar te Geesteren, met sijne hoge en lage Landereijen, Getimmertens,
houtgewassen, ap- en dependentien, in sijne bekende bepalinge
gelegen, (zijnde tiendbaar als van ouds) ende sulks ingevolge koop-
Conditien, en gemaakte schikkingen, welke kooppenn(ingen) aan
verkoperen ten genoege zijnde ontrichtet ende betaald, gelijk Comp(arent)
daarvan quiteerde bij desen; zo dede deselve in voorsch(reven) qualiteit
van voorgemelde Katerstede het Grote Laar landzedelijke cessie
en Overdragt aan, ende ten profijte van den koper voorn(oemd), Ehe-
liefste en Erven; ende sulks met sijn regt en geregtigheid,
lusten en lasten, van ouds daartoe gehorende, so en in aller
gestalte, als het selve bij verkoperen in eigendom is beseten
geweest, deselve daarvan ontervende, met belofte van wegens
verkoperen, van het selve t’allen tijde te zullen wagten en
wharen voor de Evictie en alle opsprake, onder verband als na regtes
Des ten Oirkonde hebbe ik Rigter voorn(oemd) nevens den Comp(aran)t qqa.
eigenhandig getekend en gezegeld.
Ootmarssum den 12 Junij 1779.   (getek(end) en gezeg(eld))
 

                                                           P. Hubert
                                                           L.S. Rigter    Theod. Bern. Kock qq.                                                                    

                                                             
 

Hypotheek van f 2.500,- ten laste van Hendrik Nijmeijer nu Groote Laar en echtgenote
Geertrui Groote Laar. 12 juni 1779

     

 

Transcriptie.

 

Noot: Abusievelijk werd Aleid Lansink als echtgenote van Hendrik vermeld. Dit moet
uiteraard zijn Geertrui Groote Laar. Aleid Lansink is de echtgenote van Jan Slutken. Op
dezelfde dag vindt een inschrijving van hen plaats en heeft de ambtenaar haar naam verwisseld.

Ik P. Hubert J.U. Dr van wegens sijne Hoogheid den
Heere Prince van Orange & Nassau etc. etc. etc. als Erfstadhouder
van dePprovincie van Overijssel, Rigter van Ootmarssum,
certificere bij desen, dat voor mij en Assessoren Hend(rik) Hofstede
en Klaas Arends  persoonlijk in den Gerigte erschenen zijn
Hendrik Nijmeijer nu Groote Laar, en Aleid Lansink Geertruid Groote Laar
sijne huijsvrouwe
, tutore marito, verklarende wegens  verstrekte
bij haar uit handen van de Heeren D. Kock en zoon voor re-
keninge van den Rentheffer onfangene, en tot aankoop van
haare nabenoemde plaatse geimplieerde penningen aan
den Heer Frans van Beesten te Rheine, Ritmeester in ’t Regiment
Munstersche Cavallerije van den Heere Droste van Hulshof
opregt en deugdelijk schuldig te zijn de somme  van Twee Duijsend
vijfhonderd Caroli G(u)ld)en)
welke zij beloofden te zullen verrenten
met drie en een half ten honderd, zo nogtans dat zij de
rente binnen drie maanden na de  verschijndag betalende
met drie en een quart zullen kunnen volstaan, waarvan de
eerste verschijndag zal zijn op den 2 Febr. des aanstaanden
Jaars 1780, en zo vervolgens tot de volle en effective aflosse
die ten weerzijden een half jaar voor den verschijndag zal
mogen worden losgekondigt. Voor welk Capitaal en daarop
te lopene renten zij comp(aran)ten boven een generaal verband van
haare personen en Goederen tot een speciale hypotheecq en onder-
pand stelden haare eigendomlijke, van de Erffgen(amen) van Beesten
aangekogte, en op heden van haar getransporteerde Cater-
stede het Grote Laar genaamd, met sijne behuijsinge en de
vrije Landerijen, in specie de Bosschen en Boschgronden
(uitgesonderd dan nog den Haarkamp bij Breembroeks bos
op heden door Comp(aran)ten aan Jan Veldhuijs getransporteerd)
alles  te Geesteren in zijne bekende bepalinge gelegen; Ten
einde de Rentheffer of zijn regt verkrijgende in cas van on
vermoedelijke wanbetalinge zig daaraan ten allen tijde
kost en schadeloos zal mogen verhalen, Renuncierende
Comp(aren)ten van all Exeptien desen enigsins contrarierende in
specie van die van niet getelden gelde. En stellen zij Comp(aran)ten
tot meerder verzekeringe van de Rentheffer, tot borge voor
Capitaal en Interesse de persoon van Jan Slutken, welke
hier mede comparerende deze borgtogt stipulata manu1 heeft
aangenomen; Verzoekende de eerste Comp(aran) dat dit in de
acte van hypothecatie mede moge influeren. L.C.
                                                                                      
 Des ten Oirconde hebbe ik Rigter voorn(oemd) nevens Dr.

J.J.Slaterus op verzoek van Comp(aran)ten als niet kunnende schrijven

en geen zegel gebruikende dezen eigenhandig getekend en gezegeld.

 

Ootmarssum den 12 Junij 1779

(getek(end) en gezeg(eld))                                                     

 

 L.S.    P.Hubert, Rigter                 J.J. Slaterus qq.                                                                                            

 

1. Stipulata manu: met handslag beloofd

   
 

Rechterlijk Archief Richterambt Ootmarsum, toegang 0071.1, inventarisnr. 9

12 juni 1779
 

Verkoop van De Haarkamp voor f 850,- door Hendrik Nijmeijer nu Groote Laar en

echtgenote Geertruid Groote Laar aan Jan Veldhuis en echtgenote Fenne Middendorp.

Zij hadden dat perceel gekocht op 1 februari 1764 van Dr. van Deventer                                             

 

 

Transcriptie.

 

Ik P. Hubert, J.U. Dr. van wegens sijne Hoogheid

den Heere Prince van Orange & Nassau, etc. etc. etc. als

Erfstadhouder van de Provincie van Overijssel, Rigter

van Ootmarssum, certificere bij desen, dat voor mij

en Assessoren Hend(ri)k Hofstede en Kl(aas) Arends, per-

soonlijk in den Gerigte erschenen zijn Hendrik

Nijmeijer, nu Groote Laar en Geertruid Groote Laar,

zijne Huisvrouwe, tutore marito1, verklarende, om

eene somme van agt honderd en vijftig G(u)ld(en) aan Jan

Veldhuis en Fenne Middendorp, Egtelieden te Geesteren

in eenen vasten, steden en onherroepelijken Erffkoop

te hebben verkogt haaren eigendomlijken zogenaamden

Haarkamp, met de eene zijde langs Breembroeks

Bosch, ten zuijden, en met de andere zijde ten noorden

naast Braakmans Land, voorts met het eene einde

aan Breembroeks Erfland, en met het ander einde ten

westen aan het veld in sijne bekende bepalinge gelegen,

door Comp(aran)ten voor heen van de Wed(uw)e van wijlen den Heer

Dr. Van Deventer aangekogt, en bij acte van den 1 Febr(uari)

1764 op hun getransporteert; welke kooppenn(ingen) aan

haar Comp(aran)ten den eersten met den laatsten ten genoege

zijnde ontrichtet, ende betaald; gelijk zij daarvan qui-

teerden bij dezen; so deden sij mits dezen van voorschr(even)

Haarkamp Landzedelijke Cessie, en Overdragt aan ende

ten profijte van den koper voornoemd, Eheliefste, en

Erven, ende sulks met sijn regt en geregtigheid, lusten

en lasten van ouds daartoe gehorende; so en in aller

gestalte, als het selve bij haar in eigendom is beseten

geweest, zig zelven daarvan ontervende, en den koper

met de sijne daar wederom aanervende, met belofte

van het selve t’allen tijde te zullen wagten en wharen

voor de Evictie, en alle opsprake, onder verband als

na regte  S.A.L.2

Des ten oirkonde hebbe ik Rigter voornoemd nevens Dr.

J.J. Slaterius namens de Comp(aran)ten, als niet kunnende

schrijven en geen zegel gebruikende, desen eigenhandig

getekend en gezegeld.

 

 Actum Ootmarsssum den 12 Junij 1779

 

(getek(end) en gezeg(eld))

 

L.S.3  P. Hubert Rigter 

L.S.   J.J. Slaterius qqa.    

 

1. Tutore marito: handelende namens echtgenote

2. SAL: Salutem. Gegroet

3. L.S.:  Lectori salutem: Groet aan de lezer

  

 

 

Rechterlijk Archief, Richterambt Ootmarsum, toegang 0071.1, inventarisnummer 5

Pagina’s 592 en 593

 

26 april 1783

 

Maagdscheiding t.b.v. de kinderen uit het huwelijk van Hendrik Groote Laar en wijlen

Geertruid Groote Laar. Hij hertrouwt met Gesina Nijhuis

 

 

Op heden dato ondergeschreven is er tusschen Hendrik

Groote Laar, weduwenaar van Geertruij Groote Laar

staande te hertrouwen met Gesina Nijhuis, alle uit Geesteren

en Egbert Wissink en G.J. Broekhuis als Momboirs

en oomen van deselfs onmondige kinderen met

namen Egbert, Jannes en Gesine oud resp(ective)

13, 8 en vijff Jaaren, de volgende kinderscheidinge

en bewijs van moederlijk aanbestorven Goed

gemaakt en gedaan.

 

De voorn(oemde) momboirs desen geheelen Boedel

bestaande in het Plaatsjen Groote Laar met zijn

regt en geregtigheden voorts gewas, inninge des Huijzes en

verdere meubile Goederen naeukeurig opgenomen en

getaxeerd hebbende; en daartegen de schulden

daarop staande opgenomen is bevonden, dat de

voorn(oemde) kinderen, ieder voor moederlijk Goed zullen

kunnen genieten de somme van Honderd Daalders dus te

zamen                                                            f 350 Guldens

en ieder eene koe, en een bedde na huisluiden gebruik. 

Dog zo het meisjen Gesine ongetrouwd blijft zal

deselve een kamer aan 't Huijs hebben en dagelijks

een mengelen zoete melk, en zondaags en heilige

daags de vrije kost in huijs bij de bouwluijden hebben,

ook aardappels tot haar gebruik hebben, ook

een spind Lijn zaeijen; daar en tegen zal de aardappels

mede helpen hanteeren en de Rogge om Jacobi mede

in huis helpen, ook zal zij vrij brand uit de schoppe

hebben, mits dat zij den brand mede helpt hanteren,

dog in den val, te weten als dese Dogter het

bovengemelte koomt te trekken, zal zij vijftig

Gulden en eene koe minder en dus maar

Honderd Guldens voor moederlijke Goed genieten.

Ook zullen gen(oemde). kinderen bevorens zij haar moederlijk

goed genieten in Linnen en wollen en voerdoek

onderhouden worden, en 5 schapen in het schot

mogen houden, als de bouwlieden schapen hebben.                                     

 

Wanneer de oudste zoon 20 Jaaren oud is zal

hij een half mudde Land genaamd Heppen maate

mogen zaeijen dog het stroo zal bij de plaatse blijven,

en als hij 35 jaren oud, en de vader als dan overleden

is, zal hij het Erve kunnen aantasten; zullende

de aanstaande stiefmoeder dezer kinderen, wan-

neer de oudste zoon 28 Jaaren oud is, niet weder

op de plaatse mogen trouwen; dog in val zij voor

die tijd na overlijden van haar man wederom

kwam te hertrouwen zal haar man het Gewas

van een schepel Land met Rogge hebben, dog

het stroo bij de plaatse blijven, en 5 schapen in

't schot mogen houden; en zal de moeder

kunnen genieten na overgave van den bouw

al het geene de oudste zoon trekt als hij 20

Jaar oud is, en boven dien 2 spind lijn zaeijen

en 12 weken voor haar spinnen, en voor ‘t overige

huisbeste doen.

 

Verklarende de mede ondergetekende momboirs

haare pupillen hierbij geensins benadeelt te

zijn, en verzoeken daarover de approbatie van den

Heer Rigter.

Aldus gedaan en getekend binnen Ootmarssum

den 26 april 1783.

 

Dit is het ... eigenhandig merk van Hendrik Groote Laar

Egbert Wissink als momber

Dit is het .. eigenhandig merk van G.J. Broekhuijs als momber

 

Voorstaande erfuiting word door mij Rigter op ver-

klaringe des momboirs dat de pupillen daarbij geen-

sins zijn benadeelt van gerigte wegen geapprobeert

Ootmarsum den 16 april 1783.   P. Hubert Rigter

B.Berends als Getuige

J. Hendrik Berends als Getuige

 

 

Rechterlijk Archief, Richterambt Ootmarsum, toegang 0071.1, inventarisnummer
Egbert Groote Laar en Jenne Mastebroek, echtelieden verkopen een perceel hooi- en
zaailand in De IJmsche voor f 650,- aan Jan Berend op de IJmsche.
 

Transcriptie

Ik Hubert M(eeste)r B. ten Pol, Richter des Land Gerichts Ootmarssum
certificeere bij dezen, dat voor mij en Assessoren G(erri)t van
Assen en J.W. Essink persoonlijk in den Gerichte erschenen
zijn Egb(er)t Groote Laar en Jenne Mastebroek, zijne Huijs-
vrouwe
turore marito, verklaarende om eene Summe van
zes honderd en vijftig guldens aan Jan Berend op
de IJmsche
, in eenen vasten, steden en onherroepelijken
erffkoop te hebben verkogt haer eigendomlijke perceel
bestaande in Hooij en Zaaijland, genaamd de IJmsche
,
met de eene zijde aan het veld, en met het einde
aan Dijkes IJmsche, op het Drieschigtige in zijne be-
kende bepalinge gelegen; welke som van koop-
penningen aan hun Comp(aran)ten de eerste met de laatste
ten genoege zijnde ontrichtet ende betaald, gelijk zij
daarvan quiteerden bij dezen, zoo deden zij mids deze
van voorschr(even) Perceel Landzedelijke Cessie en overdracht
aan ende ten profijte van den Koper voorn(oemd) en Erven, ende
zulks met zijn recht en geregtigheid, lusten en
lasten, van ouds daartoe gehoorende, zoo, en in aller
gestalte als het zelve bij verkoperen in eigendom
is bezeeten geweest, zich zelve met hunne Erven
daarvan ontervende en den Koper met de zijne daar
wederom aanervende, met belofte van ’t zelve ’t allen
tijde te zullen wagten en whaaren voor de Evictie
en alle opsprake, onder verband als na Regte S.A.L.
 

Des ten Oirkonde hebbe ik Richter voorn(oemd) nevens den
eersten Comp(aran)t voor zich en zijne Huijsvrouwe, als niet
kunnende schrijven en geen zegel gebruikende, dezen
eigenhandig getekend en gezegeld; zijnde daartoe door
hem bij gebrek van eigen het bijgedrukte zegel ge-
bruikt.

Actum Ootmarsssum den 12 Meij 1803

Was get(ekend) en gez(egeld)

L.S.   B. ten Pol, Richter